Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de Rijksbegroting voor 2027. Wij volgen deze plannen op de voet, want deze cijfers hebben natuurlijk effect op de gezinnen die wij ondersteunen. Wij willen dat kinderen gewoon kunnen meedoen: bijvoorbeeld met de zwemles, een laptop op de middelbare school en een eigen fiets. Voor kinderen in gezinnen met geldzorgen is dat allesbehalve vanzelfsprekend.
Positieve stappen
Wij zien dat het kabinet met deze begroting een aantal stappen in de goede richting zet: verlenging van de gratis schoolmaaltijd v, het schrappen van de bezuiniging op de Onderwijskansenregeling en extra budget voor het kindgebonden budget dat zich vooral zal richten op gezinnen met lagere en middeninkomens en de kinderopvangtoeslag. Deze maatregelen zorgen ervoor dat (een deel van) de basis op orde komt, wat nodig is om kinderen met gelijke kansen te laten opgroeien.
Maar nog niet genoeg
Veel ouders weten niet welke regelingen bestaan, of vallen er net buiten. En het gaat niet alleen om gezinnen onder de armoedegrens: ook de groeiende groep daar net boven, zonder financiële buffer, wordt door een tegenvaller direct geraakt. Met gevolgen voor hun kinderen. De stappen die op Prinsjesdag gepresenteerd zijn, zijn niet genoeg om de gezinnen die we nu ondersteunen uit de geldzorgen te halen. Steeds meer gezinnen kloppen bij ons aan: in 2025 hielpen wij al bijna 200.000 kinderen, een aantal dat al jaren stijgt. En op basis van de Prinsjesdagplannen en de economische ontwikkelingen, verwachten we dat deze stijging doorzet.
Onze oproep: kies voor structurele oplossingen
Wij roepen de politiek op om te kiezen voor structurele oplossingen: een fatsoenlijk inkomen voor ouders, structurele middelen voor sport, cultuur en zwemles, toegang tot digitale leermiddelen in het onderwijs en duidelijkheid over de vrijwillige ouderbijdrage. Daarnaast moet het aanvragen van ondersteuning eenvoudiger worden met minder regelingen en meer inzicht voor ouders over wat landelijk en wat lokaal geregeld is, zodat ouders niet verdwalen in ‘het systeem’. En laat kinderen meepraten: zij weten immers het best wat zij nodig hebben.
Wij blijven de begrotingsplannen kritisch volgen, met het kind als uitgangspunt. Als plannen kinderen helpen om mee te doen, juichen we dat toe. Als ze niet helpend zijn, blijven we dat benoemen.